Naar het artikeloverzicht

Realtime en laag frequente data in relatie tot energiebesparing consument

Er zijn veel vragen rondom het onderwerp ‘slimme meter (data)’ en in het bijzonder welke bijdrage de slimme meter levert aan energiebesparing bij consumenten. In vele discussies en uiteenzettingen wordt ‘slimme meter data’ vaak onder één noemer geschaard. Echter, wanneer we kijken naar het energiebesparingspotentieel, gaat het bij slimme meter data om twee type datastromen waar de consument gebruik van kan maken. De zogenoemde realtime data (ook wel P1 data of directe feedback) en laag frequente data (ook wel P4 data of indirecte feedback). De hoofdvraag is: “Welke invloed hebben realtime en laag frequente data op energiebesparing van Nederlandse consumenten?”.

Twee type datastromen

Weergave laag frequente data vs Weergave realtimed data
Weergave laag frequente data vs Weergave realtimed data

Internationaal

We moeten ons realiseren dat buitenlandse (praktijk)onderzoeken niet altijd representatief zijn voor Nederland.  Er is veel materiaal afkomstig uit Amerika, Canada en Australië waar sprake is van extreme klimaatomstandigheden (en mogelijke problemen m.b.t. leveringszekerheid) en afwijkende consumptiepatronen (gebruik in VS van grote elektrische apparaten zoals zwembadverwarming, airco’s etc). Omringende landen als België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland zijn meer geschikt voor benchmarking met Nederland, vanwege de meer soortgelijke klimatologische omstandigheden, consumptiepatronen en een tot op zekere hoogte vergelijkbare energiemix (d.w.z. een hoog aandeel aardgasaansluitingen voor ruimteverwarming, koken en warm water).

De American Council for an Energy-Efficient Economy (ACEEE) heeft op basis van een uitvoerige meta-analyse geconstateerd dat feedback van smart metering leidt tot een gemiddelde reductie van het energieverbruik tussen 4% en 12%. Hierbij zijn systematisch hoge besparingen (9%) geconstateerd in pilots met realtime feedback.

De European Smart Metering Industry Group (ESMIG) heeft daarnaast in 2011 VasaaETT een grote literatuurstudie laten uitvoeren. De onderzoekers concludeerden dat:

  • Slimme meters in combinatie met in-home displays (IHD) het meest effectief zijn in het realiseren van betrokkenheid onder consumenten en daardoor het meest succesvol zijn met gemiddeld 8,7% aan besparingen;
  • Besparingen blijvend zijn door de aanschaf van meer energie-efficiënte apparatuur.
  • Andere feedbackinstrumenten zoals websites en extra informatieve facturen lagere  besparingen lieten zien (5-6%).

Over het algemeen is er internationaal wel consensus over het feit dat hoe directer de feedback op energie is, hoe groter de impact op het verbruiksgedrag is. Een tweetal voorbeelden uit de directe omgeving van Nederland onderstrepen deze consensus:

1. Verenigd Koninkrijk (VK)

Het Energy Demand Research Project (EDRP) in het VK is het grootste consumentenonderzoek ter wereld (naar de besparingseffectiviteit van de slimme meter uitgevoerd in combinatie met verschillende feedbacksystemen. Onder circa 18.000 huishoudens met een slimme meter, lieten alleen experimenten met slimme meters en realtime displays een consistente en persistente besparing zien van gemiddeld 2% tot 4% op elektriciteit en 3% op gas, ten opzichte van huishoudens met alleen een slimme meter.

 2. Ierland

In Ierland is er onderzoek gedaan naar de impact van de slimme meter in combinatie met verschillende vormen van feedback. Er is gekeken naar reacties van consumenten op de introductie van de slimme meter in combinatie met variabele leveringstarieven (Time-of-Use) en verschillende feedbackvormen. Hieronder vallen periodieke verbruiksoverzichten en een realtime elektriciteitsdisplay dat speciaal voor het onderzoek was ontwikkeld. Resultaat van het onderzoek was dat het gecombineerde aanbod van slimme meters, verbruiksoverzichten bij tweemaandelijkse facturen en realtime displays leidden tot de hoogste gemiddelde elektriciteitsbesparing van 3,2% overall en 11,3% op piekmomenten.
Ten opzichte van huishoudens die alleen periodieke verbruiksoverzichten ontvingen, hadden huishoudens met een IHD een extra besparing van 2,1% (4,4% op piekmomenten). Ook in het geval van gas bleek de combinatie van verbruiksoverzichten en displays het meest besparingseffectief met 3,6% ten opzichte van huishoudens met alleen een slimme meter.

Lees ook: Wat zijn P1 data?

Nationaal

Uit een kleinschalig potentieel monitor van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) blijkt dat de slimme meter in combinatie met alternatieve feedback een aanzienlijke bijdrage kan leveren aan bewuster energieverbruik in huis. Het succes dat hiermee behaald kan worden ligt vooral bij realtime feedback.

De internationale consensus over de invloed van de slimme meter in combinatie met realtime feedback zorgt voor de meest effectieve impuls aan bewustwording en motivatie-ontwikkeling van consumenten om dagelijks het energieverbruik te controleren en aan de slag te gaan met besparen. 

Wanneer we kijken naar de ervaringen met feedback via displays in het VK en Ierland lijken de voor de Nederlandse consument ingeschatte potenties van directe feedback (6,4% op elektriciteit en 5,1% op gas) in de maatschappelijke kosten-batenanalyse aan de hoge kant. Toch tonen verschillende pilots aan dat deze potenties op zichzelf realistisch zijn, mits de feedbackinstrumenten aansluiten op de praktische voorkeur van de gebruikers voor de ontwikkeling van gebruiksroutine. In de VK is onderzoek gedaan naar waar een display dan minimaal aan moet voldoen (Anderson and White (2009), p.3). 

Feedbacksystemen met realtime en laag frequente data

Hoewel er sprake kan zijn van een aanloopeffect (1% besparing t.o.v. verwachtte 3,5%), zijn er duidelijk aanwijzingen dat indirecte feedback, op basis van P4 data, een verklaring vormt voor het geringe effect op energiebesparing. Zo concluderen Darby et al. (2015) op basis van grote nationale pilots in het Verenigd Koninkrijk dat bij directe informatie in de vorm van een in-home display, op de langere termijn een besparing van 3%op gas en elektriciteit reëel is. Zij merken daarbij op dat deze 3%waarschijnlijk een conservatieve schatting is gezien het groeiende bewijs dat consumenten leren van de gegeven informatie. Uit een Nederlandse pilot uit 2013 bleek dat de inzet van een laagdrempelige, relatief eenvoudige IHD huishoudens aanzet tot een energiebesparing van 5 tot 7 procent (Elkenbracht 2013).

Volgens Fischer (2008) is feedback het meest succesvol als deze frequent en over een lange periode wordt gegeven, liefst per apparaat of toepassing, op een duidelijke en aansprekende wijze en met gebruikmaking van gecomputeriseerde en interactieve tools. Tiefenbeck et al. (2016) constateerde een besparing van meer dan 20 procent tijdens het douchen op basis van realtime informatie. Via realtime data zijn er veel meer besparingsmogelijkheden ten opzichte van laag frequente data (Schepers en Scholten (2015), p.12).

Conclusie

Diverse onderzoeken onderstrepen het belang van realtime data voor bewustwording en motivatie van consumenten voor controle en besparing op het dagelijks energieverbruik in combinatie met een direct feedbacksysteem. Laag frequente data en een indirect feedbacksysteem is een relatief eenvoudige eerste stap, echter biedt deze oplossing te weinig resultaat. Realtime data biedt innovatieve mogelijkheden om het energiebesparingsgedrag bij de consument te stimuleren door het ontwikkelen van een gevarieerd marktaanbod van feedbacksystemen. Directe feedback zal naar verwachting resulteren in een grotere besparing bij de consument dat nodig is om de doelstelling 10PJ in 2020 te kunnen realiseren.

Bronnen

  1. Vringer, K. & T. Dassen (2016), Slimme meter, uitgelezen energie(k)?, Den Haag: PBL.
  2. Henk van Elburg (2014), Monitor Energiebesparing Slimme Meter, RVO
  3. Sarah Darby (2010), Smartmetering: what potential for householder engagement?, Environmental Change Institute - University of Oxford
  4. Sarah Darby (2006), The effectiveness of feedback on energy consumption, Environmental Change Institute - University of Oxford
  5. McKenna E., Richardson I. and Thomson M. (2011), Smart meter data: balancing consumer privacy concerns with legitimate applications, Loughborough University Institutional Repository
  6. Will Anderson and Vicki White (2009), Exploring consumer preferences for home energy display functionality, Centre for Sustainable Energy
  7. L. (Benno) Schepers, T. (Thijs) Scholten (2015), Slim gebruik van slimme meters, CE Delft
  8. Presentaties “expert meeting slimme meter – consumer engagement ” – 10 november 2016, Utrecht
  9. Presentaties “Slimme meters en sexy data” – 26 januari 2017, Harderwijk

Reacties over "Energiebesparing: realtime en laag frequente data?"

  • Henk Vellinga

    Er zijn al veel discussies geweest over de slimme meter , helaas wordt daarbij veelal een factor onderbelicht . De slimme meter kan een goed instrument zijn als inderdaad de informatie snel en eenvoudig aan de consument beschikbaar komt. Veel belangrijker is echter de slimme consument die weet wat hij of zij moet doen met de informatie. Eerlijke en hanteerbare voorlichting over energiebesparing op het niveau van de consument over de energiebesparingen die mogelijk zijn is veel belangrijker dan een cijfer over hoeveel de slimme meter "bespaart". De meter op zich bespaart voor de consument niks

  • Eric

    Oftewel: de slimme meter is niet nodig want een real-time/domotica-oplossing in de vorm van een simpel en goedkoop oogje op de meter is voldoende. Sterker nog: verschillend goedkope simpele metertjes op de verschillende apparaten leveren echte informatie. De hierboven getoonde grafiek waarop dishwasher en kettle zijn ingetekend zijn ook slechts pogingen om iets aan een bepaalde bron toe te wijzen. Wat mij betreft een voorbeeld van goede marketing versus GBV (=Gezond Boeren verstand).

  • Petra lieven

    Inderdaad, met GBV kom je veel verder dan met het hoog of laag frequent leveren van getalletjes. Dan haak ik of. Daarom, met mijn ferrarismeter kan ik precies aflezen wat mijn stand is tov van de vorige keren. Met pennetje, papiertje in de meterkast.. Niks geen durecuitrolprogramm,s voor nodig.

Reageer